Het doel van compressietherapie is om met medische compressiekousen de vaten te "versterken", de bloedstroom te versnellen, de veneuze druk te verlagen, de functie van de vaatwand te normaliseren en de stofwisseling in het weefsel te verbeteren.
Medische compressiekousen vernauwen de diameter van de aders in uw benen. Het veneuze kleppensysteem functioneert weer door de ondersteuning van de kousen - het bloed zakt niet meer naar de benen. Striemen, gesprongen adertjes en de uitzetting van spataders worden zo verminderd of helemaal vermeden. Het voorgegeven therapeutische drukverloop (afnemende druk van de voet tot het bovenbeen) versnelt het terugvloeien van het veneuze bloed naar het hart. Daardoor wordt ook het risico van bloedstolsels en embolieën verminderd. De verbeterde stofwisseling bestrijdt bijkomend de vorming van open benen en door de druk van buitenaf komt er minder weefselvocht te voorschijn. Zo verhindert de kous ook de vorming van oedeem.
Er bestaan vier compressieklassen die naar de mate van de aandoening toegepast worden. De verschillen worden voornamelijk bepaald door de stevigheid van het materiaal, dus de druk die op de aders uitgeoefend wordt. Enkel uw arts kan beslissen welke compressieklasse voor u nodig is.
U mag medische compressiekousen nooit "op eigen houtje" dragen want er zijn ook contra-indicaties voor compressietherapie. Deze zijn: gevorderde arteriële trombose, zware storingen van de hartfunctie, etterende huidaandoeningen, zware storingen van de zenuwfunctie in armen en benen. Ook bij primair chronische polyartritis dient uw arts te beslissen of de therapie mogelijk is.
Compressieklasse I
Lichte compressie voor een lichte druk aan de enkel. Geschikt bij vermoeide zware benen, lichte spataderen of beginnende spataderkwalen en lichte zwellingen. Zinvol ter preventie van spataderen bijvoorbeeld tijdens een zwangerschap of bij staande of zittende beroepen.
Compressieklasse II
Gemiddelde compressie voor een gemiddelde druk aan de enkel. Wordt bv. toegepast bij uitgezette spataderen, benen die vaak gezwollen zijn, zwellingen na een trombose, kleine zweren die reeds genezen zijn, bij zware ontstekingen tijdens een zwangerschap, na een sclerotherapie, na operaties of na oppervlakkige aderontstekingen.
Compressieklasse III
Sterke compressie bij chronische (permanente) zwakke aderen, na een trombose, bij huidveranderingen of na de genezing van zweren aan de onderbenen.
Compressieklasse IV
Bij zwaardere ziektebeelden dan bij klasse III zoals lip- en lymfoedeem (bij lymfoedeem worden er vooral zogeheten vlakbreikousen met naad toegepast).

Vaatproblemen
Compressiebehandeling
