Primaire osteoporose
Bij ongeveer 95% van alle gevallen van botontkalking is er sprake van een primaire osteoporose. Type I-osteoporose komt vooral voor bij vrouwen na de menopauze. De eerste botbreuk treedt acht tot tien jaar na de laatste menstruatie op. Vooral de wervellichamen in het onderste deel van de rug worden getroffen.
By type II-osteoporose treedt de eerste botbreuk pas op als de patiƫnt ouder is dan 70 jaar. Vooral vrouwen krijgen osteoporose (twee derden). De botbreuken treden behalve in de wervelkolom ook op in de pijpbeenderen van het bovenbeen en de arm.
Risicofactoren voor de ontwikkeling van primaire osteoporose zijn een erfelijke aanleg, de hormoonstatus (laat optreden van de eerste en vroeg optreden van de laatste menstruatie) en bepaalde levensgewoonten (weinig beweging, veel bedrust, calciumarme of fosfaatrijke voeding zoals fastfood, cola, worst; gebruik van genotmiddelen zoals alcohol, koffie en sigaretten, ondergewicht).
Secundaire osteoporose
Secundaire osteoporose ontstaat als gevolg van bepaalde aandoeningen of als bijwerking van bepaalde medicijnen.
Risicofactoren voor het ontstaan van secundaire osteoporose zijn ontstekingsremmende geneesmiddelen die worden gebruikt bij astma of reuma (cortison), een te hoge dosis schildklierhormoon, cumarinederivaten (Marcumar), chronische spijsverteringsstoornissen, bijv. door een aandoening van de alvleesklier, de darmen, de lever en de nieren, en hormonale stoornissen, zoals een overactieve schildklier of diabetes mellitus (suikerziekte) en kanker.

Osteoporose
Oorzaken