Therapie

Snel weer superfit zijn

PDF | Seite drucken | Seite weiterempfehlen

medi ROM Walker voor het sprongewricht

De behandeling bij een breuk van het spronggewricht begint op de plaats van ongeluk, meestal door de spoedarts, die de stand van de voet corrigeert, om extra letsel aan de weke delen en letsel van de zenuwen en bloedvaten te voorkomen.

Bij aankomst in het ziekenhuis wordt vervolgens het been geïmmobiliseerd met een spalk.

Bij alle niet-verschoven fracturen van het spronggewricht en bij een breuk zonder letsel van de verbinding tussen het scheenbeen en het kuitbeen (syndesmose) is geen operatie nodig. Ook bij patiënten die een ernstige aandoening hebben en alleen met een verhoogd risico geopereerd kunnen worden, bij ernstige doorbloedingsstoornissen van de benen, bij een open been of infectie van de voorvoet komt een operatie doorgaans niet in aanmerking.

Als de zwelling van het spronggewricht is afgenomen, door immobilisatie via een gipsspalk of een open gipsverband, wordt een gesloten gipsverband aangelegd. Na verwijdering van het gips wordt het herstel van de voet via röntgenfoto's gecontroleerd en kan de belasting geleidelijk aan weer toenemen. Bij een eenvoudige fractuur van de buitenenkel in gips kan de voet gelijk weer volledig belast worden.

Operatieve behandeling

Bij een breuk van het spronggewricht waarbij de boteinden ten opzichte van elkaar verschoven zijn, is een operatie noodzakelijk. Dat geldt ook bij een letsel aan de syndesmose - de bandverbinding tussen het scheenbeen en kuitbeen - maar alleen als beide banden zijn gescheurd. Een tijdige operatie - binnen een paar uur - is onontkoombaar bij ernstig letsel, zoals een open fractuur, vaat- of zenuwletsel en bij een breuk met ernstig letsel van de weke delen. Als het spronggewricht te sterk is opgezwollen, moet de operatie worden uitgesteld, omdat er een groot infectiegevaar is bij sterke zwelling. Tot de zwelling is afgenomen wordt het onderbeen in een gipsspalk of open gipsverband (half gips) geïmmobiliseerd. Ondertussen moet het been omhoog worden gelegd en afgekoeld worden.

Om afbraak van de spieren en trombose te voorkomen, moet al met spieroefeningen worden begonnen als het gipsverband nog aanwezig is. Tot het gewricht weer volledig kan worden belast, is tromboseprofylaxe noodzakelijk. Dat bestaat uit fysiotherapie en dagelijks een pijnloze injectie met een heparinederivaat in het vetweefsel van de buik of het bovenbeen. Na verwijdering van het gips zijn intensieve oefeningen nodig om het gewricht weer even beweeglijk als voor de breuk te maken.