Na een beenamputatie is het eerste doel het volledige herstel van de patiënt.
De medische revalidatie is de eerste fase in de terugkeer naar het normale leven van vroeger. Als de wond is genezen en er een prothese is gemaakt, zijn alle voorwaarden voor resocialisatie aanwezig.
De revalidatie begint direct na de operatie, voor zover dat mogelijk is in het ziekenhuis waar de amputatie is uitgevoerd. Twee tot drie weken na de operatie wordt de patiënt overgebracht naar een revalidatiekliniek. Op dat moment moeten de wonden voor het grootste deel zijn genezen, al is een volledig herstel doorgaans niet absoluut noodzakelijk.
Meestal vergoedt de ziekteverzekering, de ongevallenverzekering of de mutualiteit de kosten van de revalidatie. De instantie die de revalidatie betaalt, kiest doorgaans ook het revalidatiecentrum, als de behandelend arts of de sociale dienst van het ziekenhuis daartoe de opdracht geeft. Dat is altijd een centrum in de buurt van de patiënt. Doorgaans heeft de patiënt zelf geen invloed op de keuze van het revalidatiecentrum.
Over het algemeen gebeurt de revalidatie bij een amputatie altijd tijdens een verblijf in het centrum. Dat komt omdat er complexe maatregelen dienen te worden getroffen. Een uitzondering hierop vormt de revalidatie bij mensen die reeds lang een prothese hebben en alleen een "opfriscursus" nodig hebben. Bovendien is er in de eerste weken na de operatie ook nog verzorging nodig, die thuis niet altijd gegarandeerd kan worden.
Toch is de thuisomgeving en steun van bekenden en familie zeer belangrijk voor de patiënt. Daarom leren de naasten zoveel mogelijk om te helpen bij het aantrekken van de prothese. Daarnaast wordt met hen overlegd over de aanpassingen die nodig zijn in de woning. De naaste familieleden en vrienden helpen ook bij het psychisch herstel.

Beenamputatie
Revalidatie