Bij fantoombelevingen (fantoomsensaties)gaat het om reëel ervaren, niet pijnlijke gevoelens in het geamputeerde lichaamsdeel.
Fantoomsensaties treden regelmatig op bij 50 tot 90% van de mensen met een amputatie. De frequentie is afhankelijk van de leeftijd: bij ouderen treden ze vaker op.
De sensaties kunnen de vorm aannemen van druk, koude, zogenaamde kinetische (bewegende) gevoelens en een gevoel over de plaats en houding van het geamputeerde ledemaat. Deze sensaties zijn terug te voeren op het centrale lichaamsschema in de hersenen. Bij amputaties aan beide zijden treden de fantoomsensaties vaker op aan de dominante zijde en het langste in de handen en voeten. Dat hangt ook samen de grotere rol die deze delen van het bewegingsapparaat spelen in de hersenen. De herinnering in de centrale hersenen wordt echter zwakker en zo ontstaat een telescoopeffect, waarbij het fantoom "krimpt".
Omdat fantoomsensaties doorgaans geen problemen veroorzaken, is een behandeling normaliter niet noodzakelijk.

Beenamputatie
Fantoomsensaties